Als een leerling op de OOV zit werkt hij heel hard aan twee dingen: het bijhouden van zijn eigen schoolwerk en het veranderen van zijn/haar gedrag! Dit is voor veel leerlingen heel intensief. Ze worden namelijk niet alleen uitgedaagd door hun schoolvakken maar ook elke dag uitgedaagd om te bedenken hoe ze bijvoorbeeld anders kunnen reageren op hun klasgenoten, beter kunnen praten met hun ouders, hun angsten om naar school kunnen overwinnen of hoe ze minder boos kunnen reageren op docenten.

Schoolwerk

Tijdens het traject op de OOV werkt de leerling aan zijn eigen schoolwerk. De leerling maakt de lesstof van zijn eigen school. Ook de toetsen en proefwerken worden op de OOV gemaakt of volgens afspraak op de eigen middelbare school. De eigen middelbare school is verantwoordelijk voor het aanleveren van al het schoolwerk (studieplanners, nakijkmaterialen en toetsen) en voor becijfering van de gemaakte toetsen. Het is namelijk belangrijk dat de leerling tijdens het traject op de OOV perspectief blijft houden op het behalen van een overgang naar een volgende klas, een toelating tot het mbo kan realiseren of bijvoorbeeld zijn eindexamen kan halen.

Omdat de OOV geen praktijklokalen heeft, worden in de gesprekken met de middelbare school afspraken gemaakt over of, hoe en wanneer de leerling zijn praktijkvakken kan volgen op zijn eigen middelbare school tijdens het traject op de OOV. Voor sommige leerlingen geldt dat zij (tijdelijk) geen praktijkvakken kunnen volgen.

Werken aan jezelf

Naast de trajectbegeleider (=de docent van de klas op de OOV) die de leerling helpt met zijn schoolwerk en zijn doelen, heeft elke leerling ook een coach. Die jongerencoach helpt de leerling tijdens individuele gesprekken en trainingen om positieve veranderingen te realiseren.
Naast het maken van schoolwerk en de coaching, heeft elke klas ook TOP’s training.

TOP’s: positief denken en doen en leren van elkaar

TOP’s is een training waarbij de leerlingen leren op een positieve manier verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen denken en doen. Door vaste bijeenkomsten en werkwijze ontstaan er rust, meer veiligheid, minder incidenten en een betere sfeer in de klas.
De trajectbegeleiders en de coaches van de OOV zijn opgeleid als TOP’s-trainer.

Het programma bestaat uit vier soorten lessen:

  1. de TIP-bijeenkomsten
  2. Omgaan met Boosheid
  3. Sociale Vaardigheden
  4. Morele Keuze Situaties
TIP-bijeenkomsten

Eerst maken de leerlingen kennis met elkaar en leren termen als TOP-gedachten en TOP-gedrag kennen met de daarbij horende denkfouten en probleemgedragingen. Ook wordt er gewerkt aan een positieve groepscultuur door samen afspraken te maken over hoe je tijdens deze lessen maar ook in de klas, positief met elkaar kunt omgaan.
Hierna leren de leerlingen om risicosituaties en ervaringen uit hun dagelijks leven met elkaar te bespreken. De leerlingen spreken elkaar aan op hun gedrag en leren positief gedrag van elkaar over te nemen. Ze brengen hun eigen vragen/problemen in en de andere leerlingen proberen de klasgenoot hierbij te helpen door mee te denken en tips te geven.

Omgaan met boosheid

De leerlingen leren bij deze bijeenkomsten inzien dat verbaal en non-verbaal geweld uitingen zijn van onmacht maar ook dat gevoelens van boosheid belangrijk en nuttig zijn. Zij leren hun boosheid om te zetten naar helpende gedachten en helpende acties waardoor de negatieve gevolgen van boosheid minder worden. Hiermee leren de leerlingen dat het getoonde gedrag hen juist voordeel op kan leveren.

Sociale vaardigheden

De leerlingen oefenen tijdens deze bijeenkomsten hoe zij helpend gedrag kunnen toepassen in sociale situaties zoals rustig blijven als je wordt uitgedaagd of adequaat omgaan met groepsdruk.

Morele Keuze Situaties

Tijdens deze trainingsbijeenkomsten gaan leerlingen met elkaar in gesprek. Het onderwerp van gesprek is een moreel dilemma. Met behulp van voorbeeldsituaties worden normen, waarden en overtuigingen bespreekbaar gemaakt. De leerlingen leren ook na te denken over door hen gemaakte keuzes en leren om moreel juiste oplossingen te bedenken.